Facebook email





Laren was in de 19e en begin 20e eeuw een dorp van boeren en wevers.
De bevolking was zo arm, dat ze vaak geen brandstof konden betalen, zelfs niet de vrij goedkope turf. In het bos gingen de vrouwen hout sprokkelen, terwijl de mannen met hun bijl bomen hakten. De bomen werden voor vervoer en gebruik klein gehakt op een oude stronk, die als hakblok, op z'n Larens "bluk", werd gebruikt.

Dichtbij dit "bluk" zette een kunstschilderes een houten keetje neer als atelier en om dicht bij haar object te zijn. Weer wat later werd er als kleine bijverdienste wel eens een kopje koffie of glaasje limonade geschonken.

Hieruit ontstond Theehuis 't Bluk, een houten gebouwtje, zonder fundamenten, maar met een koele diepe kelder om dranken koel te houden. Er was geen waterleiding, wel een pomp, geen gas en geen elektra, maar een houtfornuis en petroleumlampen en –stellen.

In 1958, toen "t Bluk" in het bestemmingsplan van Laren was opgenomen, werd t houten gebouwtje vervangen door een degelijk gefundeerd stenen theehuis, waar geleidelijk aan (buta)gas, elektriciteit en waterleiding het comfort verhoogden.
Daags voor Kerstmis 2000 brandde het theehuis af, maar gelukkig kon op 10 oktober 2001 een nieuw, weer wat mooier Theehuis 't Bluk feestelijk worden heropend.